|
Dit artikel verscheen eerder in Motor Magazine, nr 3 2005
Motor: Yamaha YZR-R1, 1999
Eigenaar: Richard Simons (33)
Beroep: constructiebouwer
Gebruik: ‘ik ben een mooi-weerrijder, rij ongeveer 7.000 km per jaar
Mooiste detail ‘Die hond. Ik snap nog niet hoe ‘ie het voor elkaar heeft gekregen!’
‘Ik kwam hier om een solokapje te laten spuiten en uiteindelijk werd het dit. Als je hier vaak genoeg komt, word je er zelf gek van. Ik heb ‘m niet in deze kleuren laten spuiten vanwege Rossi, maar gewoon omdat ik de Gauloises-kleuren mooi vind. De reacties? Iedereen vindt ‘m mooi. Bij de kroeg stonden mensen met hun telefoon foto’s te maken! Ik ben ‘m vier en een halve week kwijt geweest, het kost een smak geld, maar het was het wel waard. Ja, je wilt toch wat opvallen, hè. Er zijn al zoveel blauwe R1’s, dit is een keer wat anders. Ik heb zelf veel foto’s van internet gehaald, want ik wilde ‘m zo dicht mogelijk bij het origineel te houden en dat is gelukt.’
De volgende? ‘Weet ik niet, maar wel weer iets in replica-kleuren.’
Motor: Honda CBR900 Fireblade, 2003
Eigenaar: Andries van der Ruit (45)
Beroep: vrachtwagenchauffeur
Gebruik: ‘rijden en showen’
Mooiste detail ‘De uitlaten! En het feit dat ‘ie gespoten is zonder stickers.’
‘Ik had een Blackbird. Die had ik in speciale “ghost”-kleuren laten spuiten. Maar ik zag deze staan op de MotoRai. Ik wist niet dat ‘ie te koop was, maar ik was gelijk verliefd. Ik houd van speciale kleuren, heb al drie keer een motor gehad die speciaal gespoten was. M’n vrienden willen er allemaal mee wegrijden! Ik heb ‘m nog niet lang, maar ik heb er al 1800 kilometer mee gereden. Ik ga d’r dit jaar ook beslist mee op vakantie. Tja, de Fireblade wordt nu ook in Repsol-kleuren verkocht, maar dan nog is ‘ie niet zo mooi als deze! Als ik straks thuis kom, gaat eerst de poetsdoek er over heen. Ik wil zelf kleinere knipperlichten monteren. Verder is ‘ie zo goed.’
De volgende? ‘Corné’s Blade, haha! Dan gaat deze naar mijn zoon. Die moet nu nog met een 24 kW-fiets rijden, maar hij is al wel zo gek als z’n vader!’
Motor: Suzuki GSX-R1000, 2002
Eigenaar: Goody Verblakt (25)
Beroep: koerier
Gebruik: ‘ik ben een mooi weerrijder. Ik heb er nog maar weinig kilometers mee gemaakt.’
Mooiste detail ‘het rooster in de luchtgaten’
‘Ik heb deze motor iets meer dan een jaar geleden gekocht als schadefiets. Hij was rood-zwart-zilver. Maar de originele kleuren vond ik niks. Het moest apart worden. En dat is wel gelukt, ja. Ik ben er heel zuinig op. Poetsen? Nou, hij staat veel binnen. Dit is mijn derde motor, maar de eerste in replica-kleuren. Mijn broer heeft een Suzuki in Corona-kleuren, maar ik wilde dat deze er uit kwam te zien als een GP-replica. Maar de GP-kleuren van nu zijn het net niet. Dit is het ontwerp als van het laatste Telefonica-jaar. Ik heb het nummer van Kenny Roberts er wel op laten spuiten, maar een echte fan ben ik niet. Wel een fan van het Suzuki Team.
De volgende? ‘Als Suzuki weer met een hoofdsponsor gaat rijden, laat ik ‘m misschien weer overspuiten.’
Motor: Honda CBR1000 Fireblade, 2004
Eigenaar: Jan Burger (40)
Beroep: eigenaar autobedrijf
Gebruik: ‘om in het weekend mee te rijden’
Mooiste detail ‘de uitlaat, en het spuitwerk dat zo mooi over loopt.’
‘Ik denk dat dit mijn dertigste motor is, maar er is er nog niet één origineel gebleven. Ik moet iets hebben wat een ander niet heeft. Dit is wel mijn eerste replica. Ik heb ‘m hier gebracht en tegen Tonny gezegd “je doet je best maar”. De motor is nu vier maanden oud en ik heb er zo’n 2.000 kilometer mee gereden. Hij staat meer in de schuur. Zo’n motor is nooit af. Ik ben altijd met kleine dingetjes bezig. Waarom een Gibernau-replica? Omdat mijn vrouw fan van ‘m is en omdat ‘ie een stuk sympathieker is dan die Rossi! Ik vind die Gauloises-kleuren ook niet mooi. Dit spréékt. We zetten ‘m wel eens ergens neer en dan gaan we zelf op een terrasje zitten. Moet je ze zien kijken, allemaal!’
De volgende? ‘Geen idee. Wel weer iets in replica-kleuren.’
Motor: Honda CBR1000 Fireblade, 2004
Eigenaar: Corné Klijn (43)
Beroep: Radio 3FM-dj
Gebruik: ‘om mee te rijden in de vrije uren’
Mooiste detail ‘De ster op de tank en het MotoGP op de zijkant’
‘De originele Repsol-kleuren zijn al te koop en toen ik Rossi in 2003 in Valencia met deze kleuren zag, had ik zoiets van “dat wil ik ook”. Ik vind dit zó gaaf. Dan wil ik het ook compleet hebben met pak en “Austin Powers”-helm. De hardheid van de kleuren maakt ‘m zo bijzonder. Ik krijg ook wel negatieve reacties, hoor. Roepen mensen dat ze lasogen van dat harde geel krijgen. Maakt me niet uit. Het was heel veel werk om het design te krijgen, want zoveel beeld was er niet van. We hebben dvd’s bekeken, dingen van internet en uit bladen gehaald. Het is geen exacte kopie van de GP-machine, want de voorkant is anders. Maar er zitten zulke mooie dingen op. Dat hondje met die trui aan, dat Cheste ’03, dat “Love” met het nummer 46 er in.’
De volgende? ‘Misschien een echte RCV-replica, maar dan in de officiële rood-zwarte testkleuren.’
DE SPECIALIST: spuiter Tonny van Ooijen
‘Het gaat pas weg als ìk tevreden ben’
Een klein klusje leidde tot een giga karwei. En uit die opdracht groeide de specialiteit. Tonny van Ooijen toverde vorig jaar zeven dertien-in-een-dozijn-fietsen om tot oogverblindende racereplica’s. Kunst? Van Ooijen blijft bescheiden. ‘Kleine kunstwerkjes.’
Het ‘atelier’ van de kleinkunstenaar is een simpele, grauwe loods aan een dijk in het Gelderse Alphen. Motor Paint Alphen staat er op het pand. Binnen hangen kuipdelen hangen aan de muur. Naast een kalender en een paar posters. Een gestripte motor staat hunkerend te wachten op een ‘extreme make over’, in de hoek staat een ogenschijnlijk afgedankt kastje. Met daarin de plakboeken. Foto’s van motoren die na het kunstje van Tonny van Ooijen aan een tweede leven begonnen. Zo is het al een jaar of negen. Tot dan werkte de nu ‘bijna’ 38-jarige bij een autoschadebedrijf. Vanaf zijn zestiende was Van Ooijen echter al met brommers en motorfietsen in de weer. ‘Dat ik in dit vak terecht ben gekomen, heeft misschien nog wel met de familie van mijn moeders kant te maken’, zegt hij. ‘Die is behoorlijk artistiek. Ik heb er geen opleiding in gehad, ik heb het mezelf allemaal aangeleerd. Ik heb zo’n opleiding ook niet echt gemist, nee.’ Van Ooijen lacht. ‘Ik was op school al goed in tekenen.’
Van Ooijen wilde op eigen benen staan, had weinig met auto’s. Ook nu nog. ‘Mijn buurman van het autoschadebedrijf staat soms hier in mijn cabine te spuiten, omdat die groter is. Mijn handel? Nee, de automarkt trekt me helemaal niet.’ Van Ooijen wil namelijk geen gewone huis, tuin en keuken-spuiter zijn. Van Ooijen wil moois maken, opvallen met buitenissig vakwerk, maatwerk voor de klant. En dat, allemaal ingegeven door toeval. ‘Een monteur van Jan van Sommeren wilde zijn Suzuki in Corona-kleuren laten spuiten en vroeg “durf je dat?”. Wat een vraag…’ Direct ontwikkelde Van Ooijen zijn eigen werkwijze, die zich kenmerkt door het niet gebruiken van stickers. Stickers vind ik een vies woord. Dat weten die jongens die hier komen ook wel. Zeggen ze expres “het lijkt wel of er stickers op zitten”. Zoals ik het doe is het heel arbeidsintensief, maar de eigenaar heeft wel iets exclusiefs. Ik heb hier eens een vertegenwoordiger weggestuurd die me een manier wilde laten zien dat het allemaal sneller en goedkoper kon. Met van die stickers, dus. Nee, IK moet het gemaakt hebben.’ Steeds weer ziet hij het: klanten die ongelovig de vingers over een stroomlijn laten glijden, speurend naar reliëfverschillen. Van Ooijen kan er steeds weer om grijnzen. ‘
Het eerste klusje resulteerde in een monsterklus. Suzuki-importeur bestelde niet minder dan 28 GSX-R600’s in Corona-kleuren. ‘Dat was een belangrijke klus, maar nu houd ik het bij tien’, denkt Van Ooijen terug. ‘Ik moet natuurlijk wel om mijn boterham denken, maar om scherp te blijven moet je niet te vaak hetzelfde doen.’
PERFECTIE MET FOUTJES
De Suzuki-opdracht deed Van Ooijen besluiten om een kleine zes jaar geleden het maken van tot zijn specialiteit te verheffen. ‘Ik weet dat er onder de airbrushers betere kunstenaars zitten dan ik, maar bij het spuiten van replica’s hoor ik bij de top. Alleen airbrushen vind ik ook niet genoeg.’ Hij zegt het zonder een spoor van arrogantie. Vorig jaar had hij een topjaar. Het verbouwen en spuiten wordt weer een trend, merkt Van Ooijen. ‘Weet je wat het is: de mensen moeten veel geld betalen voor hun nieuwe motor, maar hebben dan nog niets aparts. Dus laten ze ‘m spuiten. Er komen nu ook klanten met compleet nieuwe fietsen die dan meteen moeten worden gespoten. De Streetfighter-groep groeit ook. Als het maar apart is. Ik maak graag Streetfighters, maar mijn echte passie is toch de replica. Da’s ook mijn specialisatie.’ Ook Honda lijkt de trend te erkennen. Voor 2005 wordt de Fireblade-liefhebber immers ook de kans geboden om een Repsol-replica aan te schaffen. Een ordinair voorbeeld van broodroof? ‘Een keurige fiets, maar zonder arrogant te willen zijn: hij heeft niet dat extra’s wat mijn replica’s hebben. Maar hij heeft me al wel twee klanten gekost, ja.’
Van Ooijen is overtuigd van zijn eigen kunnen, maar blufferig of hooghartig klinken zijn teksten geen moment. ‘“Kan ik niet” verkoop ik niet. Nooit. Geef het aan en het kan. Wakker liggen van een ontwerp of een motor doe ik nooit. Nee, als ik wakker moet liggen van m’n werk… Van m’n portemonnee soms. Maar ook dan val ik wel weer in slaap.’ Hoewel het soms later wordt dan de bedoeling is. ‘Vaak komt mijn vrouw ’s avonds wel kijken hoe ver het er mee is, maar ik moet dan altijd “nog efkes deur”. Het moet af, hè. Het is ook een hobby.’
Het zou Van Ooijen echter onrecht doen om zijn eindproducten te omschrijven als hobby-objecten. Reden voor paniek bij een te veel met scherp schietend spuitpistool is er nog zelden. ‘Vroeger was het dan “shit!”. Nu denk ik “lossen we morgen wel op”. Dat is de ervaring. Ik ben nu op een niveau dat ik veel kan.’
Veel, maar dan in een soort overtreffende trap. De graad van perfectie van Van Ooijens werk is griezelig hoog. Als vijf oude meesters op wielen staan, worden de motoren die middag door de aanwezige kenners geanalyseerd – als ware het kunst. Een mooie Van Ooijen. Of hij dan naast vakman ook artiest is? Hij denkt even na. ‘Eerlijk gezegd hangt het er toch wel een beetje tegenaan. Het zijn toch kleine kunstwerkjes. Het is ook vooral de manier van maken die het bijzonder maakt. Zonder stickers en allemaal “handmade”, zeg maar. De eigenaar moet kunnen zeggen “dit is van m’n eigen”. Als je goed kijkt, zie je ook foutjes. Moet je wel goed kijken, hoor… Maar zo hoort het ook, vind ik. Als het foutloos is, is het geen kunst, wat mij betreft.’
VUILE KLEUREN
De inbreng van de klant is voor de spuiter van groot belang. De klant komt immers met de opdracht en het idee, en – bijna altijd – met een handvol foto’s. ‘Dat heb ik ook het liefst. Aan één fotootje heb ik soms ook genoeg. Dan kan ik aan het werk. De verhoudingen maak ik dan wel kloppend op de motor. Ik maak een foto van de motor, zet ‘m op de computer en ga dan inkleuren. Dat doe ik niet driedimensionaal, want dat kost te veel tijd en wordt dus veel duurder. D’r moet ook dat beetje vertrouwen van de klant zijn als ik ‘m zeg “zo gaat het er uit zien”.’
Af en toe vergt een machine extra onderzoek, legt Van Ooijen uit. ‘Voor de Fireblade van Corné Klijn heb ik ook naar een dvd van het MotoGP-seizoen gekeken, om te zien hoe die ster op de tank er uit zag. Ik heb toen het beeld stilgezet, een foto gemaakt en daar mee verder gegaan. Die ster was best lastig. Hoe kleiner de details, hoe moeilijker het wordt. Dan moet je ook airbrushen.’
Voor elke klus hanteert Van Ooijen hetzelfde principe. ‘Eerst gaan alle originele stickers er af. Daarna wordt alles geschuurd en in de grondlak gezet. De grondlak is één keer spuiten, maar het zijn drie lagen. Ongeveer twee uurtjes werk. Negen van de tien keer spuit ik dan alle onderdelen wit. Dat is de beste kleur om diepte te creëren.’
Alle sponsorstickers worden op de computer nagemaakt met behulp van plaatjes. ‘De letters op die stickers mogen wel één centimeter klein zijn, dat is geen probleem.’ Met een zogenoemde ‘plotter’ worden mallen van de stickers gemaakt. Vervolgens worden alle sponsoruitingen en het design op de dan weer opgebouwde motor aangebracht. Een karweitje dat zo’n vijf tot zes uur vraagt. ‘Dan moet de maatlat er bij om te kijken of de verhoudingen kloppen. Meestal is dat wel goed, omdat ik het van te voren al heb uitgerekend.’ De motor wordt weer gedemonteerd en het echte spuitwerk kan beginnen met kleuren die de spuiter zelf gemaakt heeft. ‘Laag voor laag breng ik dan de lak aan. Grondregel is dan dat je de kleuren opbouwt van licht naar donker. Heb ik bijvoorbeeld iets met rood en zwart, dan zal ik eerst het rode spuiten. Rood is namelijk een gevoelige transparante kleur. Je kunt rood over zwart spuiten, maar dan wordt het sneller “vuil”, zoals wij dat noemen.’
Het spuiten van velgen is anders dan bijvoorbeeld het spuiten van een stroomlijn. Velgen worden namelijk geparelstraald. ‘Met zandstralen zie je dat je grove korrels en bij parelstralen heb je allemaal kleine ronde “balletjes”. Dan beschadig je het aluminium niet zo snel. Daarna breng ik de hechtprimer aan en dan de lak. Geen grondlak, want op deze manier is de velg minder gevoelig voor steenslag. Een stroomlijn is daar natuurlijk ook wel gevoelig voor, maar die moèt je wel in de grondlak zetten vanwege de vele overgangsplekken. Om het risico van beschadigen wat te ondervangen, gebruik ik dan een extra laagje blanke lak met een weeklaag. Dat is elastisch en steentjes kaatsen daar op af.’ Deels airbrush ik dan dingen uit de hand. Het design-spuiten, daar ben ik ongeveer een dag mee bezig. Als ik klaar ben met het spuiten, komen er twee of drie vernislagen op voor het diepte-effect. Eén spuitgang bestaat uit drie lagen. Op een replica zitten gemiddeld twee spuitgangen. Als je dan ook nog met fluoriserende kleuren werkt, wordt het heel arbeidsintensief. Fluor is namelijk een twee componenten-lak. Die moet eerst bij zestig graden veertig minuten droger. Een basislak kun je na tien minuten al weer aflakken of afplakken. Normaal is een minuut of twintig, maar ik gebruik een snelle verdunning en het hangt er ook een beetje van af welk merk lak je gebruikt. Aan een replica heb ik alles bij elkaar opgeteld ongeveer een week werk.’
En dan moet er afgerekend worden. ‘Het is moeilijk te zeggen wat iets in z’n totaal gaat kosten, maar voor een replica moet je uitgaan van tussen de 1600 en 1750 Euro exclusief BTW.’
EISEN
De eisen die Tonny van Ooijen aan zichzelf stelt, zijn vaak hoger dan wat de klant van hem verlangt. Dat blijkt niet zelden als een project het eindstadium nadert. Stellig: ‘Als ik een motor niet goed vind, gaat ‘ie hier niet weg. Ik moet zelf tevreden zijn. Vanaf een 8 of een 8,5 mag ‘ie weg. Dan is het voor de klant al een 10. Of ik er ook van kan genieten? Dat is eigenlijk een rotvraag. Als de motor klaar is, is het voor mij over. Dan ga ik verder. Als zo’n klant dan eens terugkomt, vind ik het vaak schitterend, maar ik ga wel meteen kijken of er iets fout zit. Je bent toch spuiter, hè. De Rossi-R1, de Blade van Corné en Telefonica-Blade, dat zijn wel dè fietsen. Maar voor mij nog geen tienen.’
In het orderboek voor 2005 staat al een aantal nieuwe replica-klussen. Als Van Ooijen echter eens ‘carte blanche’ van een klant zou krijgen, zou hij zich laten inspireren door, wat hij noemt, de Franse stijl. ‘Gewaagd met vaak drukke, diepe kleuren. Wat ze in Frankrijk kunnen, dat is echt heel knap. Wat ik graag eens zou maken zijn die Spiderman-kleuren waarmee Marco Melandri vorig jaar in Portugal reed. Of de Fortuna-kleuren. Vind ik erg mooi.’
In een afgesloten hok voor de werkplaats staat een aantal motoren, stuur aan stuur, kont aan kont. Ook Van Ooijens eigen machine staat er bij. Onopvallend en al jaren niet meer in showroom-conditie heeft een uitgeklede oude Fireblade met Superbike-stuur een plek in de wirwar van motoren en onderdelen. Geen speciaal design, geen rijdend visitekaartje. Vreemd. Toch? Ach, Van Ooijen heeft geen zin om zijn eigen beste klant te worden, zo blijkt. ‘Als ik ga rijden, mag ik graag wheellies en stoppies maken, dus…’
|